De voor- en nadelen van democratie, van een referendum, van inspraak van de bevolking in vrijwel alles wat landelijke, regionale en lokale overheden willen besluiten, worden steeds vaker onderwerp van discussie. En als je bekijkt hoe we als individuele burgers telkens weer het kleinzielige eigenbelang zwaarder laten wegen dan het belang van het groter geheel, kom je daar ook niet meer uit. Grotere egoïsten dan de welvarende Westerse mensen zijn er in de geschiedenis nooit geweest. Een fenomeen dat echt nog maar sinds kort bestaat. Ook direct na de Tweede Wereldoorlog waren met name de Europeanen nog lang niet echt welvarend. Pas ver in de jaren 70 begon het door te dringen dat we eigenlijk elke primaire levensbehoefte zonder enig probleem ingevuld kregen en dat we ons konden gaan richten op hogere treden in de Maslov piramide, tot zelfverwerkeling toe. De generatie die sinds de jaren 80 als volwassene haar weg wist te vinden in onze samenleving is de eerste die volledig in die gedachtewereld haar pad uitstippelt. Met één consequentie die niet meteen voorzien was: een grenzeloos ongelimiteerd egoïsme. Maar wel verklaarbaar en daarom niet zo heel vreemd. Als je je hele leven hebt kunnen uitstippelen naar je eigen wensen, of om je heen mensen ziet die dat doen en daarin slagen en dat zelf dus ook wil omdat je niet achter wil blijven, dan is het moeilijk zo niet onmogelijk om te verkroppen als je door de overheid zelf wordt gehinderd in jouw streven. Doordat ze een opvangcentrum voor asielzoekers in jouw gemeente willen vestigen. Of een stadsautoweg dicht langs jouw wijk willen aanleggen. Of een vergunning verlenen aan een chemische fabriek, wat wel arbeidsplaatsen oplevert maar ook (misschien, wie weet, zou eventueel kunnen ook al weet je er eigenlijk niets van) stank en geluidsoverlast. We kunnen eigenlijk niets meer verdragen wat ook maar een zweem van een kans met zich meebrengt dat we er mogelijk misschien eventueel last van zouden kunnen krijgen. En dat gaat vrij ver.

Dus zelfs als er als tegenwicht voor de verfoeide megastallen, waar varkens worden geproduceerd als plastic objecten in plaats van levende wezens, een firma varkens wil houden en fokken op een diervriendelijke manier (iets waar iedere weldenkende Westerse mens een fervent voorstander van is) dan nog steekt ons lokale eigen egoïsme de kop op en verzetten we ons tegen wat goed is, met de gedachte dat we er misschien wel eens eventueel last van zouden kunnen krijgen. En als ik er misschien last van kan krijgen dan wil ik het liever niet in mijn buurt hebben. Op zo’n momenten komt de inspraak me een beetje de keel uit. Liever koekjes worden niet gebakken, zei mijn moeder dan. Maar ja: dat was dan ook de jaren 60 en toen hoefde het nog niet per sé iedereen naar de zin gemaakt te worden.