Een vierkant blok in een rond gat

Het mag gek klinken, maar in het bedrijfsleven mag je loyaliteit verwachten. Als je topmanager, directeur of zelfs eigenaar bent van een groot bedrijf, dan mag je van je werknemers verwachten dat ze zich naar de buitenwereld positief uiten over jouw en hun bedrijf. Op zijn minst mag je van ze eisen dat ze zich niet negatief over je uitlaten: wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Natuurlijk zal niet elke werknemer altijd even lekker in zijn of haar vel zitten en de ene keer wat blijer zijn met hoe het binnen het bedrijf gaat dan de andere keer. Maar zijn salaris en carrière hangen nauw samen met hoe goed het gaat met het bedrijf als geheel: maken we winst, dan is er veel mogelijk, maken we verlies (misschien zelfs langdurig) dan gaan er mogelijk zelfs ontslagen vallen. Of het goed gaat hangt af van de markt, van de concurrenten, van de klanten. Hoe meer klanten ons beter vinden dan onze concurrenten, hoe beter het met ons (dus ook met “ons medewerkers”) gaat. Het is dus in het belang van het bedrijf als geheel dat de markt, de klanten, positief over ons denken. Mensen die een negatief beeld van het bedrijf verspreiden zijn per definitie de vijand van de directeur / eigenaar. Zowel mensen van binnen als van buiten het bedrijf. Mensen van binnen het bedrijf kan ik ontslaan, mensen van buiten die kwaad over mij spreken, negeer ik als directeur volledig, die weiger ik verder van informatie te voorzien en als ik de kans krijg dan maak ik ze monddood. En dat is mijn volste recht als directeur/eigenaar van mijn eigen private bedrijf. En als er mensen zijn die dat niet zint, dan gaan die maar voor een ander bedrijf werken of nemen hun diensten/producten maar van een ander bedrijf af. Dat is het mooie principe van de vrije markt economie. En dat is meteen het grote verschil met politiek en politieke bestuurders.

Iemand die groot is geworden als autoritair directeur/eigenaar van een grote commerciële organisatie is bijna per definitie niet geschikt om hoofd bestuurder te worden van een regering. Het gedrag zoals hierboven geschetst past daar niet. Een land is vele malen groter dan een bedrijf en de mensen die er wonen en nu door jou bestuurd worden, zijn niet door jou geselecteerd daarvoor of hebben er bewust voor gekozen om in het door jou bestuurde land te gaan wonen. Verreweg de meesten zijn er geboren en hebben intussen al een heel leger aan regeringen en besturen over zich heen moeten laten gaan. Dan kun je verwachten dat niet iedereen altijd blij is met wat je als regering doet en dat die mensen dat dan ook hardop uiten. Het is voor die mensen geen reële optie om “ontslag” te nemen uit het land waar ze wonen en werken en ze kunnen ook niet hun diensten afnemen van de concurrent: er is maar één overheid. En in tegenstelling tot het bedrijfsleven is het daarom juist wel acceptabel dat er kritiek geuit wordt van binnenuit en dat er nieuws naar buiten gebracht wordt over wat er wel en niet goed gaat. In tegenstelling tot de directeur/eigenaar heeft de (minister) president dan niet het recht om dat te negeren, eromheen te lopen en te weigeren met de criticasters te praten. Een (minister)president heeft de plicht om die verantwoording wél af te leggen.

Wat kun je verwachten van een directeur/eigenaar die ermee geconfronteerd wordt dat hij zich niet zo kan gedragen als híj vindt dat nodig is om zijn doel te bereiken en zoals híj dat zijn hele leven al gedaan heeft? Die houdt ermee op. En geeft vervolgens de schuld daarvan aan alle anderen.

Plaats een reactie