Eugenetica in de economie

In de zoektocht naar verbetering van onze economie, onze maatschappij en onszelf kijken we graag naar de denkbeelden van intelligente vooraanstaande mensen die daar succesvol mee zijn of zijn geweest. Dat is altijd terug kijken: we kunnen het succes van een idee pas vaststellen als het in de praktijk getoetst is en zich bewezen heeft. We praten dus altijd over een idee van iemand uit het verleden. Wat daarbij vrijwel altijd vergeten wordt dat denkbeelden ontstaan op de stroom van de heersende gedachtes uit die tijd. En soms zijn dat ideeën waar wij vandaag de dag helemaal niet meer achter kunnen staan. Op dit moment kijken we bijvoorbeeld weer met verhoogd interesse naar de ideeën van John Maynard Keynes, zoals de anticyclische begrotingspolitiek. Op zichzelf heel goed en deels juich ik dat toe, maar beseffen we ook wat de broedplaats was voor Keynes denkwereld?

Aan het begin van de 20e eeuw had de evolutieleer van Darwin stevige voet aan de grond gekregen binnen de intellectuele wereld, maar de wereld in zijn algemeenheid wist nog niet wat men er nu verder mee aan moest. Het feit dat eigenschappen overerven door het aangaan van combinaties van vaders en moeders en dat een soort zich hierdoor ontwikkelt, leidde tot de gedachtegang dat dus, behalve honden en paarden, ook de mens “fokbaar” is in de richting van een beter en gezonder ras. Grondlegger voor deze Eugenetica beweging was Francis Galton. In 1907 werd de Eugenetics Education Society opgericht, met prominente leden als Virginia Woolf en John Maynard Keynes. Ook George Bernard Shaw was een groot bewonderaar van Galton. De zwarte kant van Eugenetica is, dat niet alleen het voortplanten van goede eigenschappen bevorderd moet worden maar met name ook het voortplanten van zwakke exemplaren voorkomen moet worden. Virginia Woolf schreef op 9 januari 1915 in haar dagboek dat ze op een wandeling een groepje geestelijk gehandicapten was tegen gekomen en dat dit maar één emotie bij haar opriep: “It was perfectly horrible. They should certainly be killed.”. Keynes dacht daar niet anders over.

Zijn de economische theorieën van Keynes dus niet toepasbaar? Dat wil ik zeker niet zeggen. Integendeel zelfs. Maar wat we wel in het oog moet houdenis wat de kweekvijver van die ideeën is geweest en hoe een ideale wereld er in de ogen van John Maynard Keynes uit zag. Er zijn veel parallellen met de idealen van tegenwoordig, maar ook hele principiële verschillen. Verlies dat niet uit het oog. Wij zijn niet op zoek naar een economie waarbinnen de sterke (lees: rijke) steeds sterker (lees: rijker) wordt en de zwakke uiteindelijk zichzelf gewoon “opheft”.

Plaats een reactie