Waar ligt de grens?

Klinkt als een filosofische vraag en in het licht van de politieke ontwikkelingen is het misschien niet eens een onlogische vraag. Maar toch is mijn vraag in dit geval niet gericht aan een Donald Trump of welke andere politicus dan ook. Hij is letterlijk bedoeld. Wel in relatie tot politiek gekrakeel, maar dan het gekrakeel over het “sluiten van onze grenzen”.

Ik woon en werk in Limburg en ben eraan gewend dat “de grens” eigenlijk constant overal om me heen is en dat ik er vrijwel dagelijks overheen ga zonder het te zien, zonder het te merken en soms zelfs zonder het te weten. Afgelopen week was ik op bezoek bij een zakenrelatie in Slenaken. Slenaken is een dorpje aan de zuidelijkste kant van het Limburgse heuvelland. Het adres was aan de “Grensweg” en bij het inrijden van de straat zag ik hotel restaurant “De la Frontière” liggen. Allemaal herinneringen aan het feit dat aan het einde van deze straat Nederland ophoudt en België begint. Herinneringen, want in werkelijkheid is er geen fysieke grens meer tussen Nederland en België. Heel oude herinneringen zelfs, want al sinds de tweede wereldoorlog hebben Nederland, België en Luxemburg besloten om de onderlinge grenzen af te schaffen. Onze zuidgrens is dus feitelijk al zo lang open dat 90% van onze bevolking geen herinnering meer heeft aan hoe een grens met België er uit ziet.

Tijdens de periode begin dit jaar dat het zo lekker vroor ben ik op zondag met mijn vrouw stevig gaan wandelen in het Meinweg gebied ten oosten van Roermond. Opeens werden we verrast door zwanen. Telkens kwamen koppeltjes van zwanen aangevlogen, vlak over ons hoofd, om te landen in een weiland en vervolgens te wachten totdat iedereen gearriveerd was (hoe die zwanen dat weten, geen idee).

zwanen

Ik vond het prachtig om dat zo van dichtbij mee te maken, in Nederland, in 2017. Nieuwsgierig keek ik m.b.v. de GPS op mijn telefoon waar we precies waren. We stonden in Duitsland. Het Meinweg gebied, afwisselend bos- en weideland, trekt zich er weinig van aan wat wij Nederland of Duitsland noemen. Ik zie ook niet precies hoe ik hier slagbomen en grenswachtershutjes zou moeten neerzetten om te voorkomen dat mensen de grens over steken. Een kilometerslange Berlijnachtige muur of een wal van prikkeldraad, dat zou misschien kunnen. Eens kijken hoe gelukkig we de inwoners van Midden-Limburg daarmee maken.

In het laatste weekend van januari hadden we een familie bijeenkomst in Tilburg en zijn we op zondagmiddag ten zuiden van Goirle opnieuw een stukje in de natuur gaan wandelen. Ook hier van hetzelfde laken een pak: halverwege de wandeling beginnen diverse telefoons enthousiast te piepen met de melding “Welkom in België!”. Op welke plek in het volledig open bos je had kunnen constateren dat je een grens passeerde is volkomen onduidelijk. Die grens is er namelijk helemaal niet.

wandelen-tilburg

De grote controleposten die ik me kan herinneren aan de grotere grensovergangen (autowegen) met de Duitse grens, waren niet zozeer gericht op het weren van criminelen maar waren vooral bezig met het controleren van het grote goederen verkeer om te checken of alle invoerrechten ook waren betaald. En natuurlijk werden ook steekproefsgewijs  personenauto’s gecontroleerd, voornamelijk op sigaretten en alcoholische dranken. Ik herinner me goed dat ik zelf irritant vaak gecontroleerd ben, zonder enig doel of resultaat. Alleen maar oponthoud. En trouwens vrijwel altijd bij het verlaten van Nederland en het binnengaan van Duitsland, bijna nooit omgekeerd.

De roep om de grenzen te sluiten heeft maar weinig te maken met een praktische oplossing. Het is daarom denk ik vooral bedoeld om stemmen te winnen bij mensen die vrij ver van een grens verwijderd wonen en die graag willen horen dat iemand iets gaat doen aan het gevaar waar zij zich door bedreigd voelen. Een dreiging die trouwens in Duitsland, België en Frankrijk tot dusver veel reëler is gebleken dan in Nederland, ondanks onze open grenzen. Ik ben ervan overtuigd dat het overgrote deel van de Limburgse bevolking (en waarschijnlijk alle mensen die in een grensstreek wonen) er weinig voor voelen om allerlei barrières op te werpen tussen hen en hun buren in Aken, Keulen, Düsseldorf, Mönchengladbach, Luik, Hasselt en Maaseik. Beter een goeie buur dan een verre vriend. Dat is een Nederlands spreekwoord, toch?

Plaats een reactie