Dan maar een paarse krokodil

De Brexit beheerst het nieuws eind juni 2016, zelfs boven het EK voetbal uit en dat wil wat zeggen. En dat is terecht natuurlijk. De commentaren die links en rechts te lezen en te beluisteren zijn, snijden echter niet zoveel hout. Net als de zogenaamde onderbouwing van de Brexit zelf, is het grotendeels emotie en niet of nauwelijks gestoeld op cijfers. Dat komt omdat er ook niet veel cijfers voorhanden zijn, noch om het vóór noch om het tegen van de Brexit te onderbouwen. Het gaat er eigenlijk vooral om, dat we er aan gewend zijn geraakt dat we van een heleboel vervelende zaken tegenwoordig geen last meer hebben. Zo gewend, dat we in sommige gevallen niet eens meer weten dat we er ooit last van hebben gehad. Waar je je niet meer van bewust bent, kun je ook niet meer missen. Of blij zijn om het ontbreken ervan. Zie hiervoor het artikel van Rob Wijnberg op De Correspondent: https://decorrespondent.nl/4791/De-Britten-gaan-Europa-nog-missen-Niet-om-wat-het-is-maar-om-wat-het-niet-is/598224545094-5fe184a1

brexit-tabloidMaar wie heeft er nu gelijk? Is een Exit uit de EU een goeie stap of juist niet? Dat lijkt een moeilijk vraag, maar dat is het niet. De basis van de discussie is, of we het als landen moeten pikken dat we regels vanuit Brussel opgelegd krijgen. En waarom vragen we dat? Omdat de regels waar we over klagen, regels zijn die ons beperken in ons handelen of die ons geld kosten wat we liever zelf hadden gehouden. (De klacht dat die regels komen van niet-gekozen ambtenaren houd ik buiten dit betoog, omdat dat domme retoriek is die bewijst, dat men aan de ene kant niet weet hoe de Europese samenwerking werkt en aan de andere kant maar al te graag de ongefundeerde beweringen van mensen die tegen de EU zijn, zonder ze te controleren op waarheid, wil aannemen.). Dus: is het feit dat “Brussel” ons regels oplegt een reden om over een Exit te discussiëren?

In de afgelopen jaren zijn de zogenaamde BRIC landen (Brazilië – Rusland – India – China) als ideaal voorbeeld aangehaald van hoe het ook kan wat economische groei betreft en hoe wij, met name in Europa, hier hopeloos op achter blijven. De wal keert het schip, zegt het spreekwoord, en in die fase zijn we nu aangekomen. Het is op zichzelf al gek dat schijnbaar in de volle breedte van het politieke spectrum dit soort landen wordt geïdealiseerd, enkel en alleen omdat ze geld verdienen. Dat, terwijl het voor iedereen zichtbaar is dat er in de betreffende maatschappijen het nodige scheef zit. Totdat de economische voorspoed stokt, stagneert en zelfs weer dreigt af te nemen. Dan worden de negatieve kanten, behalve zichtbaar, ook weer bespreekbaar.  Over Rusland hoef je in Nederland niet veel discussie te voeren, vrijwel niemand vindt dat land een lichtend voorbeeld. De combinatie van machtswellust en corruptie zorgt ervoor dat Russische burgers zich onveilig voelen en geen vertrouwen hebben in hun overheid en de instituten. Nederlanders die in de laatste maanden voor zaken in grote steden van Brazilië zijn geweest, weten dat je daar als Europeaan niet of nauwelijks alleen over straat kunt, omdat het risico om slachtoffer te worden van criminaliteit te groot is. En dan hebben we het niet over zakkenrollen.We zien een maatschappij waarin een kleine groep zich gigantisch heeft kunnen verrijken en de grote massa moet leven van €300 in de maand of minder. Zolang de lokale grondstoffen voor een vaste geldstroom richting Brazilië zorgden, bleef dat onder de radar, maar nu door de gedaalde grondstofprijzen het geld weg blijft, komt de sociale onrust aan de oppervlakte. En niet te zuinig ook. Ook hier geen enkel vertrouwen in politie, rechtspraak en de overige overheidsinstituten. China dan. Ook hier zien we, alhoewel de informatie ons wat minder makkelijk bereikt, dat de komeet-achtige groei opeens stokt. Basis reden? De interne markt van China blijft achter: de chinezen zelf consumeren veel en veel minder. Onzekerheid over hun financiële toekomst ligt hieraan ten grondslag: zorgt de staat wel voor me als ik met pensioen ben? Geen vertrouwen in de betrouwbaarheid van overheid en haar instituten en dus zelf maar sparen, oppotten en het geld niet economisch besteden.

SaoPauloIeder land kan economisch opeens een grote sprong vooruit maken als het iets (grondstof, producten, diensten, arbeidskrachten) te bieden heeft, waar de wereld op dat moment enorme behoefte aan heeft. Die welvaart stabiliseren, zodat hij minder afhankelijk is van de willekeur van markten, vraagt echter heel iets anders. Dat vraagt erom dat alle burgers erop kunnen vertrouwen dat hen recht toekomt als zij er recht op hebben, onafhankelijk van afkomst, rijkdom, huidskleur, opleiding of geslacht. Dat justitie dus blind is en dat regels regels zijn en worden toegepast omdat we met zijn allen hebben afgesproken dat we regels nodig hebben om ervoor te zorgen dat burgers niet afhankelijk zijn van de willekeur van de machthebber die nu toevallig zeggenschap over hen heeft. In rechtspraak, in onderwijs, in bestuurszaken, in gezondheidszorg. We hebben allemaal met enige regelmaat een hartgrondige hekel aan de opmerking “Niet kwaad zijn op mij: ik heb de regel niet verzonnen, ik voer hem alleen maar uit!”. Dan vinden we, dat in dit onschuldige geval de betrokken ambtenaar wel wat flexibeler mag zijn en de regel een beetje buigen of negeren, omdat dat nu toch wel makkelijker of praktischer is. En het niet buigen ís in die situaties ook irritant en daar kunnen we ons enorm over opwinden. Maar die zelfde houding, datzelfde onbuigzame vasthouden aan afgesproken regels, zorgt ervoor dat wij als Europese burgers kunnen vertrouwen op onze overheden en instituten. En dat doen we ook, zonder er maar een moment over na te denken. Daarom betalen we belasting, dragen sociale premies af en gehoorzamen aan oom agent als die ons aanwijzingen geeft. Omdat we er volkomen terecht vanuit gaan, dat dit allemaal gebeurd voor het algeheel nut. Een vertrouwen dat in bijvoorbeeld de genoemde BRIC landen volledig ontbreekt. En waar komen die regels en voorschriften vandaan? Van het door ons zo verfoeide ambtenaren apparaat. Die moeten wetgeving vertalen in regels. En die regels weer aanpassen als ze niet precies het beoogde doel bereiken. En nog eens om het nog dichter bij het doel te brengen, enzovoorts. Door die regels zijn er dingen die we niet meer kunnen en mogen op momenten dat we daar zin in hebben (zo hard rijden als ik wil, meer geld voor mezelf houden ipv aan de fiscus afdragen, voorrang krijgen in het ziekenhuis, afval dumpen langs de straat, zomaar een bedrijf beginnen en verbrandingsuitstoot de lucht in blazen, enzovoorts), maar we krijgen er in de volle breedte van de samenleving welvaart en stabiliteit voor terug. Dus: je geeft wat autonomie en bewegingsvrijheid af (lees: minder recht voor de sterkste) en je krijgt er stabiliteit en gedeelde welvaart voor terug (lees: geen angst om over straat te lopen omdat een groot deel van de bevolking zo arm is dat me erop uit is om jou je geld en/of je leven afhandig te maken).

Dat geldt op nationaal niveau en ook op internationaal niveau. Je krijgt de stabiliteit op het niveau waarop je de ambtelijke regels maakt. En regels beperken je inderdaad: die zorgen ervoor dat je het één wel en het ander niet kunt doen, dat je iets mág, maar wel binnen bepaalde grenzen, enzovoorts. Ze beperken dus je bewegingsvrijheid. Maar zorgen er op de lange termijn voor, dat de maatschappij stabiel en gezond wordt en blijft, zodat je voor lange tijd datgene kunt doen wat je wil. Binnen de grenzen van die regels, natuurlijk. Maar klagen over regelgeving vanuit Europa is het paard achter de wagen spannen. Die beperkende regels zorgen er niet voor dat je iets níet kunt, maar creëren juist de situatie dat je iets wél kunt, maar dan binnen de met elkaar afgesproken parameters. Datgene waar we het hardst over klagen is juist hetgeen dat onze welvaart mogelijk maakt. Hoe erg het dan ook tegen het buikgevoel in gaat (en niemand ergert zich meer aan het soort ambtenaren uit het filmpje dan ik) , toch moeten we eigenlijk blij zijn met onze paarse krokodil.

 

Plaats een reactie